Tarieven
 
Prijzen 2018 Heen-Terug Enkele rit Dag Pass
Motorwagen Motorwagen
+Stoom Trein
Motorwagen Motorwagen
+Stoom Trein
Motorwagen Motorwagen
+Stoom Trein
Volwassenen 12 € 14 € 10 € 12 € 15 € 17 €
Kinderen (-12ans) 6 € 7 € 5 € 6 € 7,5 € 8,5 €
 
Kind = van 4 tot 12 jaar
minder dan 4 jaar -> Gratis
Opgelet!: Stoomfestival = speciaal tarief
 
De Bongo bonnen kunnen ingeruld worden voor een ticket aan boord van de motorwagen fo in het onthaalrijtuig te Spontin. (Niet geldig tijdens de speciale ritdagen)
 
 

Groepen

U wenst de Bocq-vallei en de omgeving te ontdekken met vrienden, collega's, familie, uw vereniging.

I ndien uw groep uit meerdere personen bestaat, aarzel niet om ons te contacteren voor de reservatie op een reguliere of een speciale trein (min. 30 mensen) naar wens.

Aarzel niet om ons via mail via Groupes of telefoon 0495/61.49.56 te contacteren.

 

Materieel

 

Het TSP behoudt zich het recht voor om de samenstelling van de treinen te wijzigen volgens de beschikbaarheid en noodzaak. 
De vzw Toerisme en SpoorPatrimonium bezit een 10-tal diesellocomotieven en motorwagens, twee stoomlocomotieven en twee elektrische locomotieven. Alle voertuigen worden onderhouden door vrijwilligers van de vereniging en kunnen ingezet worden op de Bocqlijn in functie van de beschikbaarheid en noodzaak. Meestal worden de kleine panoramische motorwagens van de reeks 46, gebouwd in 1951, ingezet.

  • Fietsen, tassen, honden en katten worden gratis vervoer in functie van de beschikbare plaats.
  • De aansluitingen met de NMBS-treinen op lijn 162 worden verzekerd in de mate van het mogelijke.
  • Er is geen toilet beschikbaar in de motorwagen.
  • Men wordt verzocht niet te roken in de motorwagen.
  • Men mag de reis naar believen onderbreken.
  • De halte te Senenne is op aanvraag (verwittig de bestuurder). 

 

Traject
 
 
De trein vertrekt in het staion van Spontin dat zich centraal op de spoorlijn bevindt. Vanaf hier rijdt hij richting Ciney. 
Aangekomen op het eindpunt, gaat de trein terug in de andere richting. Hier volgt een overzicht van wat er vanuit de trein bekeken worden: 
 
 
Traject met commentaar aan boord van de trein van Ciney naar Yvoir 

We verlaten op dit ogenblik het station van Ciney. De spoorweggeschiedenis in de hoofdstad van de Condroz startte op 1 mei 1858, de dag waarop de verbinding met Namur gerealiseerd werd. Twintig jaar later, op 1 februari 1877, wint het station van Ciney aan belangrijkheid met de inhuldiging van lijn 126 naar Statte. Aan uw rechterzijde (gezien in de rijrichting) ziet u aansluiting van deze lijn, die voor alle reizigersverkeer gesloten werd in 1962. Lijn 126 wordt nog gebruikt voor de goederendienst tussen Statte en Marchin ten behoeve van het metaalverwerkend bedrijf Delloye-Mathieu. Op de voorgrond ziet u de installaties van het bedrijf ‘Ronveaux’, gespecialiseerd in het vervaardigen van voorgespannen beton. Het is in dit bedrijf dat het merendeel van de betonnen brugdekken voor de bruggen op de Belgische HST-lijnen werden gebouwd. 

Iets verder, aan uw linkerzijde, ziet u tussen het struikgewas het tractieonderstation van Ciney, dat sinds 1956 een gedeelte van de lijn Namur - Luxembourg voorziet van elektrische stroom. Ter herinnering, de NMBS gebruikt 3000 Volt gelijkspanning. 

Ter hoogte van het gehucht van Halloy, links de voormalige halteplaats die werd bediend door de omnibus van de Bocqlijn en die stopte ter hoogte van de kapel. Aanvankelijk bevond de kapel van Halloy zich op de plaats van de spoorwegbedding waarover we nu rijden. Deze kapel werd in 1895 - onder dwang van een boete - steen per steen afgebroken en iets verder terug opgebouwd om de lijn verder te kunnen aanleggen

Halloy is tevens beroemd om zijn kasteel (rechts). Dit was vanaf de elfde eeuw één van de twaalf residenties van de prins-bisschoppen van Liège. Vandaag is het een klakstenen bouwwerk met een centraal gedeelte en twee dwarsvleugels. Links ziet men een bijgebouw, rechts een hoeve. De meest illustere bewoner van het kasteel was ongetwijfeld Jean Baptiste Julien d’Omalius de Halloy die er leefde tussen 1783 en 1875.

Het volgende station is Braibant dat zich aan uw linkerzijde bevindt. De voormalige goederenkoer werd gebruikt voor de overslag van vlas en suikerbieten. Het gebouw dateert uit het begin van de vorige eeuw en werd aan een particulier verkocht in 1967. Sinds 1984, bij het in voege stellen van het IC/IR-plan van de NMBS, stoppen hier geen treinen meer; de reizigers moeten zich met de bus van en naar Ciney verplaatsen.

Na het station en na de bediening van de overweg, verlaat de lijn de nevenliggende lijn 162 en buigt af in westelijke richting naar Spontin en de Maasvallei.

Na een bosje ziet u rechts het gehucht Gemenne en het dorp Natoye (watertoren) gefusioneerd met de gemeente Hamois-en-Condroz, links ligt het dorp Braibant

De lijn verlaat het plateau van de Condroz en daalt af naar de Bocqvallei. De Bocq mondt uit in de Maas in Yvoir. De hellingsgraad bedraagt 1,6%; wat een maximum was voor de locomotieven die bestonden bij de bouw van de lijn in het begin van de vorige eeuw.

Om het grote hoogteverschil te overbruggen, werd een sleuf gemaakt in de rotsen voor de bouw van de spoorweg. De wanden van deze uitgraving zijn op bepaalde plaatsen bijna 20 meter hoog. Jonge geologen gebruiken deze plaats dikwijls voor rotsverkenningen. De uitgraving is gelegen op de scheiding tussen twee verschillende geologische zones: geologische laag Dinant V1 (Viséen, primaire steenkool) en de geologische laag van Waulsort T2 (Doornikse primaire steenkool). Het station van Sovet ligt op het einde van deze uitgraving. Dit station werd, zoals alle stations lang de lijn, opgetrokken in de lokale steen. Dit station bevindt zich in het midden van de velden, op een afstand van ongeveer drie kilometer van het gelijknamige dorpje, nabij het gehucht van Reuleau.

Iets verder, rechts, ziet u een van de drie plaatsen van waterwinning langsheen de Bocq (gangen geboord in de flank van een heuvel), uitgebaat door de Compagnie Intercommunale Bruxelloise des Eaux; die is gelegen aan de bron die “pavillon” genoemd wordt. De tweede winningplaats bevindt zich te Reuleau, de derde is de bron “Sainte Cathérine” die u enkele minuten verder kunt waarnemen. Er worden gemiddeld 20.000 kubieke meter water per dag ontgonnen in de drie ontginningspunten; hierdoor wordt de stad Brussel van het nodige drinkwater voorzien. Er werken dertig mensen bij de CIBE te Spontin en omgeving.

Na de halte Senenne rijden we over een viaduct met uitgehouwen steen, voorzien van drie bogen, waar we het mooie gehucht van Senenne kunnen zien. Kort daarop rijden we onder de viaduct van de autosnelweg E411 Brussel - Luxembourg.

Bij het naderen van Spontin kunt u links l het CIBE-ontginningspunt ‘Ste-Cathérine’ waarnemen. Hier werd de Bocq gekanaliseerd om het wegstromen van het gewonnen water te voorkomen.

Het station van Spontin was vroeger een kruisingsstation. Het werd opgekocht door het bedrijf “Bétons Gautot”, en vervolgens door de gemeente van Yvoir. Het gebouw werd volledig gerestaureerd door de vzw. “Patrimoine de Spontin”. Op de rijdagen vindt u er onze boetiek en is de cafetaria geopend.

De trein rijdt verder naar Dorinne-Durnal. We rijden nu door de tunnel van Spontin; deze heeft een lengte van 501 meter. Het is één van de vijf tunnels op de lijn, de meest gekende is deze van Yvoir, waar een trein van Hitler schuilde in oktober 1940 (deze laatste begaf zich naar Montoir voor een ontmoeting met Pétain); en op 5 en 6 juli 1940 tijdens de Franse veldslag deze van Goering.

Na de tunnel komen we aan in de stopplaats Spontin-Sources. Ter hoogte van deze stopplaats werd de steengroeve van La Rochette (aan uw linkerzijde) van spooraansluiting voorzien. Deze groeve leverde spoorballast aan de tot in 1983. Er was eveneens een aansluiting met de Société des Eaux de Spontin. Deze fabrikant van stroop, fruitsappen en frisdranken behoort nu tot de Spadel-groep en maakt fijne siropen, mineraal water en limonades. Er is ook een grote ruimte voor het vervaardigen van pluethyleen flessen. Er werken 54 mensen en er wordt 30 miljoen liter geproduceerd per jaar.

Na de gelijkgrondse kruising met de rijksweg slingert de lijn zich door het bos en rijdt over de fosée des Livottes, die het regenwater van de vlakte Gochelaine in Durnal opvangt. We komen aan bij de oude kalkovens van de steengroeve.

Deze kalkovens werken volgens hetzelfde principe als de hoogoven in de staalindustrie: er werd een groot vuur aangelegd met houtblokken, vervolgens werden er afwisselend lagen met afval van blauwe steen en lagen met steenkool, aangevoerd per trein, toegevoegd. Onderaan de stenen trechters werd de vloeibare kalk gevormd en opgevangen in wagentjes. De kalk werd per spoor naar alle uithoeken van België vervoerd.

We komen nu op het einde van de rit aan Purnode, momenteel eindstation van de lijn.


Nadat de machinist van stuurpost heeft gewisseld keren we terug naar Ciney.

 

Facebook Group

 

 

Contacteer ons